|
prof. George Maat
Artikel Limburgs Dagblad |
||
|
Beroep Bieslandse
doden lastig te bepalen Hij kan de technische recherche in Limburg helpen om met meer zekerheid vast te stellen uit welke tijd de dinsdag in een villatuin in de Maastrichtse wijk Biesland opgegraven zeven geraamtes stammen. Het ontbreken van elk spoor van knopen, persoonlijke bezittingen of grafgiften op de Maastrichtse vindplaats, zorgt dat zijn deskundigheid van extra veel waarde is. De politie heeft al aangegeven dat zij de fysisch antropoloog uit Leiden naar de skeletten wil laten kijken. ,,Ik ben net terug uit Lyon, maar ik verwacht de komende dagen wel de uitnodiging om naar Limburg af te reizen'', roept Maat. De gemeente Maastricht heeft deze week aangegeven dat de zeven doden tussen de vijftig en honderd jaar geleden moeten zijn begraven en dat het waarschijnlijk om een familiegraf gaat. Zo lagen de overledenen opvallend ordelijk begraven, sommigen met eerbiedig samengevouwen handen. Maastricht heeft daarbij ook de hoop uitgesproken dat het mogelijk is om aan de botten te zien of het hier om boeren of landarbeiders ging die altijd zware arbeid hebben verricht. Het gebied waar de villa's in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zijn gebouwd, was voor die tijd platteland. Maat heeft wat het beroep van de doden betreft een teleurstellende mededeling. ,,Erfelijke factoren hebben een enorme invloed op slijtage aan gewrichten. In sommige families kan iemand zonder veel slijtage negentig worden, terwijl het in andere families jong begint. Ik zal nooit op grond van gewrichtsslijtage aan een skelet een uitspraak doen over iemands beroep of leeftijd.'' Slijtage aan de tanden is wel een belangrijke factor om rekening mee te houden, benadrukt de professor. Coördinator cultureel erfgoed Eric Wetzels van de gemeente Maastricht heeft dinsdag bij de skeletten vastgesteld dat de tanden nauwelijks zijn afgesleten. Omdat mensen in vorige eeuwen hun groente minder goed wasten, zorgden de zandkorrels in het eten juist voor versleten tanden. Aan de Universiteit Leiden is veel ervaring opgebouwd met het onderzoek naar gebitten en hun historische datering, benadrukt Maas. ,,Vreselijke slijtage op jonge leeftijd duidt echt op de middeleeuwen'', zegt hij. Maat kan aan een gebit met een foutmarge van vijf tot tien jaar vaststellen op welke leeftijd iemand is overleden. De inschatting van de leeftijd van de zeven helpt bij de vaststelling of het inderdaad om een familiegraf gaat. Verder is aan de bekkens af te leiden of het om mannen of vrouwen gaat. ,,Als het alleen maar jonge kerels zijn, kun je een familiegraf wel vergeten. In een familiegraf liggen ook vrouwen en mogelijk kinderen.'' Ook de lengte van de mensen in het graf is te reconstrueren. ,,Zeven skeletten is wat weinig om een echt gemiddelde lengte vast te stellen die je kunt afzetten tegen de tijd waarin deze mensen geleefd hebben. Het is wel een indicatie'', zegt hij. Maat onderzoekt de geraamtes tevens op sporen van ziekten en aandoeningen. ,,Sporen van botontsteking, infectieziekten die het bot aantasten, tumoren die uitgezaaid zijn naar het skelet en eventuele vitaminegebreken kunnen informatie geven. Tekort aan vitamine D was bijvoorbeeld een echt probleem van de achttiende eeuw, net als tuberculose'', stelt Maat. Hoewel de recherche geen aanwijzingen heeft kunnen vinden voor een misdrijf, zal de Leidse deskundige nog eens kijken of de skeletten sporen van geweld laten zien. ,,Dat op de vindplaats geen kogels zijn gevonden, zegt niet alles. De kogels van moderne wapens schieten meestal door het lichaam heen en vind je in de graven niet terug tenzij ze echt in een dik botstuk komen. Messteken zijn vaak aan beschadigingen van de borstkas af te leiden en een sabelslag laat zeker schade achter.'' Voor enkele honderden
euro's per skelet is het ook mogelijk om een zogeheten koolstofdatering
te doen. Bij deze wetenschappelijke methode is de tijdsmarge evenwel tachtig
jaar, benadrukt Maat. Coördinator cultureel erfgoed Wetzels van de
gemeente Maastricht heeft benadrukt dat de schedels zich nog niet gevuld
hadden met grond, wat meestal wel het geval is als skeletten eeuwenlang
in de aarde liggen. Ook dit is volgens hem een aanwijzing dat het niet
gaat om graven uit de tijd van de grote Franse en Spaanse belegeringen
van Maastricht. Professor Maat benadrukt dat de Limburgse lössgrond
vaak wat plakkerig van structuur is en zich niet snel verplaatst. ,,Als
op een plek weinig water de grond in spoelt, hoeven ook oudere schedels
zich niet op te vullen. Zulke vragen blijven in Maastricht nog open staan,''
zegt de Leidse deskundige. |